Wikia


Rail gauge world
Kaart van de meestgebruikte spoorbreedtes
Rail gauge world key
Engelse en Europese maten van diverse spoorbreedtes

Spoorbreedte is de afstand tussen de beide binnenkanten van de koppen van de rails van een tramlijn.

NormaalspoorEdit

Verreweg de meest voorkomende spoorbreedte is 1435 mm. Omdat deze maat voor 60% van de spoorwegen wereldwijd geldt, spreekt men van normaalspoor. In Groot Brittannië is deze wijdte al in 1829 gekozen (destijds 4 foot 8½ inch) voor een van de eerste stoomtreindiensten.

Nederland Edit

De spoorbreedt in Nederland voor zowel de trein, de metro's, de sneltrams als de trams is 1435 mm.

België Edit

De spoorbreedte in België voor de trein, Brusselse metro en tram is 1435 mm. Verder zijn vrijwel alle tramlijnen in meterspoor aangelegd. De Antwerpse en Gentse tram, de Kusttram en de Métro léger de Charleroi rijden op meterspoor.

Van de ene naar de andere spoorwijdte Edit

Vaak wordt voor korte trajecten gebruikgemaakt van drierailige (een gemeenschappelijk rail) of vierrailige (elk spoorbreedte zijn eigen rails) sporen waarbij trams van beide spoorbreedtes het traject rails kunnen bruiken. Bij spoorlijnen die van spoorwijdte gaan veranderen wordt tijdelijk een extra rail gelegd. Na de overgang wordt de niet meer gebruikte rail verwijderd. Hierdoor hoeft het treinverkeer niet stilgelegd te worden tijdens de ombouw. De dwarsliggers moeten hier echter op voorbereid zijn.

Tram Edit

Bij trambedrijven komen verschillende spoorwijdten voor.

  • 750 mm is de kleinste spoorwijdte en wordt toegepast op een interlokale tramlijn in Zwitserland, de Waldenburgerbahn. Ook diverse Duitse smalspoorlijnen hebben deze spoorwijdte. Tot 1957 kwam deze spoorwijdte in Nederland voor bij de Gelderse Tram.
  • 900 mm wordt toegepast in Lisboa in Portugal en Linz in Oostenrijk.
  • 1000 mm, of meterspoor, komt of kwam op veel plaatsen in Europa voor.
  • 1067 mm, het zogenaamde Kaapspoor, kwam vroeger veel voor bij trambedrijven in Nederland, het laatst bij de RTM. Nu wordt 1067 mm in Europa, behalve bij de tram in Tallinn (Estland), niet meer gebruikt.
  • 1100 mm, in gebruik bij de tram in Braunschweig (en vroeger in Kiel en Flensburg).
  • 1435 mm, of normaalspoor, komt overal in Europa voor en wordt overal in Nederland gebruikt. In sommige buitenlandse steden wordt op afwijkende spoorwijdte gereden.
  • 1445 mm, in gebruik bij de tram van Milano, Torino en Roma.
  • 1450 mm, in gebruik bij de tram van Dresden.
  • 1458 mm, in gebruik bij de tram van Leipzig.
  • 1495 mm, in gebruik bij de tram van Toronto.
  • 1524 mm, in gebruik bij veel trambedrijven in de voormalige Sovjet-Unie.

Achtergronden van de keuze Edit

De keuze van een spoorwijdte berust op een aantal overwegingen waarvan de belangrijkste zijn: standaardisatie, kosten en strategie. De voordelen van standaardisatie zijn duidelijk: aan de grens kan worden doorgereden. Ook is het makkelijk om (tweedehands) rijdend materieel uit het buitenland te verkrijgen. Al in 1886 is op Europees niveau besloten tot een standaardisatie op normaalspoor (1435 mm). In bergterrein is het soms wenselijk een smaller spoor aan te leggen omdat daarmee kleinere boogstralen kunnen worden toegepast. Ruime bogen zijn erg duur door het grotere grondverzet.


Spoorbreedtes Icoon technologie

Smalspoor · Meterspoor · Kaapspoor · Normaalspoor · Breedspoor

Community content is available under CC-BY-SA unless otherwise noted.